Oorzaken osteoporose

Veel mensen geloven ten onrechte dat osteoporose ontstaat door kalkgebrek. Hoewel kalk een belangrijk bestanddeel is van een gezond dieet, lijkt het probleem meer te liggen in het onvermogen van die beenderen diekalk te gebruiken, en dit onvermogen lijkt weer het gevolg te zijn van de lage oestrogeenspiegel bij vrouwen na de menopauze. Wetenschappers geloven dat er drie factoren zijn die tot de aandoening bijdragen: het dieet, lichaamsbeweging en hormonen. Osteoporose kan ook optreden na langdurig gebruik van steroïden. De aandoening is ook aangetroffen bij astronauten die lange tijd gewichtsloos in de ruimte hadden gehangen. Hormonen die een rol spelen bij het ontstaan van osteoporose zijn het bijschildklierhormoon (PTH), het schildklierhormoon (calcitonine), oestrogeen en progesteron.

Bijschildklierhormoon

De calciumspiegel in het bloed wordt door twee hormonen nauwgezet bepaald. Dit is het PTH  (parathyroïdhormoon) dat door de bijschildklier wordt geproduceerd en calcitonine dat door de schildklier wordt geproduceerd. Ze werken nauw samen, maar op tegengestelde wijze. Ze houden hiermee de calciumspiegels in het bloed optimaal in balans. Wanneer het calcium gehalte in het bloed laag is wordt er PTH afgescheiden door de bijschildklieren; dit zijn piepkleine kliertjes die naast de schildklier liggen. Dit hormoon probeert het te lage calcium gehalte op drie manieren te herstellen. Ten eerste werkt een verhoogd PTH in het bloed in op de nieren, zodat de vorming van een actieve vorm van vitamine D wordt gestimuleerd. Dit actieve vitamine D werkt weer in op de darmcellen: het verhoogt de capaciteit van de cellen om calcium te binden. Zodoende wordt meer calcium opgenomen in de darmen en de lage calciumspiegel in het bloed wordt gecorrigeerd. Ten tweede stopt de PTH verder calciumverlies uit de nieren via de urine. Wanneer dit allemaal niet voldoende lukt haalt het calcium uit de botten. Hierdoor zal het calciumgehalte in het bloed weer stijgen naar normaal. Een PTH-tekort zal het vermogen om calcium op te nemen verminderen en zodoende botontkalking veroorzaken. Bij een vitamine D tekort zal dit natuurlijk nog verder verergeren.

Calcitonine

Te weinig calcium in het bloed kan gevaarlijk zijn, maar te veel ook. Wanneer het calcium gehalte in het bloed te hoog is zal het hormoon calcitonine geproduceerd worden door de schildklier. Precies het tegenovergestelde dus van PTH. Het verhoogt de activiteit van de osteoblasten waardoor calcium in de botten worden afgezet. Bovendien remt het de osteoclasten, waardoor de calcium in de botten blijft. Calcitonine helpt het calcium in uw botten af te zetten. Bij een tekort aan calcitonine kan het gebeuren dat uw botten te weinig calcium opneemt, ook al is er voldoende in uw bloed.

Oestrogeen

Oestrogeen is het hormoon dat verantwoordelijk is voor de overgang van meisje tot vrouw. Het zorgt dat de borsten zich ontwikkelen en geeft ons onze karakteristieke vrouwelijke vormen. Het bereidt elke maand het baarmoederslijmvlies voor, zodat dit een bevrucht eitje kan ontvangen. Dit vrouwelijk hormoon, wordt direct in verband gebracht met het calciummetabolisme. Het stimuleert de aanmaak van de actieve vorm van vitamine D en zodoende de calciumabsorptie. Het verhoogt de aanmaak van calcitonine. Het wordt verondersteld botverlies te vertragen. Toch heeft het maar een beperkt effect op de osteoblasten waardoor nieuwe botaanmaak nauwelijks wordt gestimuleerd. Na het begin van de menopauze scheiden de eierstokken nog steeds, zij het in veel kleinere hoeveelheden, nog ongeveer 12 jaar oestrogeen af. Verder produceren de bijnieren, die op de nieren liggen, ook oestrogeen. De functie van de bijnieren is erg gevoelig voor voortdurende stress. Vermijdt dan ook stress zo veel als mogelijk is. Het lichaamsvet zorgt ook voor oestrogeen. Dus vandaar dat magere vrouwen meer kans hebben op osteoporose. Toevoegen van oestrogeen geeft een verhoogt risico op borstkanker en is niet aan te raden.

Progesteron

Het hormoon progesteron heeft ook invloed op de opname van calcium en de botdichtheid. Bij het voorkomen van osteoporose is progesteron misschien wel belangrijker dan oestrogeen. Wetenschappers zijn het met elkaar oneens over welk van de twee hormonen nu de grootste rol spelen bij osteoporose. Progesteroncréme wordt in Amerika al jaren gebruikt door vrouwen. In Nederland is dit niet vrij te verkrijgen. Er kunnen namelijk ook risico's aan zitten.

Hormoontherapie heeft een brede uitwerking. Veel organen en weefsels kunnen zich anders gaan gedragen. Dat kan heel wenselijk zijn, maar brengt vaak ook ongewenste neveneffecten met zich mee.